Samuel Goldwyn

Shmuel Gelbfisz, later Samuel Goldfisch
Samuel Goldwyn

°

17-08-1879
Warschau
Polen

+

31-01-1974
genomineerd Oscars ® 1932

Biografie

Samuel Goldwyn is een naam als een klok. Een begrip ook.

In 1893 kwam hij naar Engeland waar hij bij een smid (!) in Birmingham ging werken. In 1895 kwam hij aan in Amerika zonder ook maar een cent op zak. In Gloversville New York ging hij een tijd werken als handschoenenmaker, aan 3 Dollar per uur (!). Na zijn dagtaak ging hij dan nog naar school.

Op 15-jarige leeftijd was hij een expert in het snijden van handschoenen, op 18-jarige leeftijd ging hij die ook gaan verkopen. In 1910 trouwde hij met Blanche Lasky maar lang hield dit huwelijk niet stand. Het paar scheidde al in 1916.

In 1912 was het spreekwoordelijk vet van de soep wat de handschoenen-business betrof, mede door meerdere tussenkomsten van de overheid. En dus moest Goldwyn op zoek naar een andere bron van inkomsten.

En die vond hij ook door Jesse L. Lasky (heel even zijn schoonbroer) te overtuigen om hun kans te wagen in de filmbusiness waarna de Jesse L. Lasky Feature Play Company werd opgericht met Lasky als gedelegeerd bestuurder en Goldwyn als penningmeester en verkoopsdirecteur. Cecil B. DeMille tenslotte kwam als regisseur aan boord.

In 1913 bracht men The Squaw Man uit. De film was een gigantisch succes en zorgde voor voldoende centen om in het jaar daarop maar liefst 21 films te maken !

In 1916 was de fusie tussen het bedrijf van Lasky en de Famous Players van Adolph Zukor een feit. Samuel Goldwyn werd voorzitter van de Raad van Bestuur, Zukor President en Lasky vice-president (n.v.d.r. later zou dit Paramount worden !).

Drie klinkende namen samen met als gevolg dat er flink werd geruzied wie nu eigenlijk de baas was. Goldwyn trok aan het kortste eind en werd uitgekocht voor… 900.000 Dollar.

Hierna richtte hij samen met Edgar Selwyn en nog enkele andere partners Goldwyn op, eigenlijk een samentrekking van hun twee namen want op dat ogenblik noemde hij eigenlijk nog Goldfisch. In 1918 liet hij zijn officiële naam wijzigen naar Goldwyn, een naam die hij voor de rest van zijn filmcarrière zou gebruiken. Maar in 1922 werd hij nog maar eens naar de uitgang begeleid. Uitgerekend op het ogenblik dat het falende Goldwyn bedrijf samen ging met Metro Pictures en Louis B. Mayer Productions werd Metro-Goldwyn-Mayer gevormd, maar eigenlijk maakte Goldwyn dan dus al geen deel meer uit van de deal…

In 1923 richtte hij dan Samuel Goldwyn Productions op. Op basis van zijn eerdere ervaringen met (zaken)partners wou hij geen extra mensen meer bij de leiding van het bedrijf. Hij dus als grote baas, zonder inmenging van studiobonzen, enige Raad van Bestuur of wat dan ook. Met één uitzondering, zijn tweede echtgenote en gewezen Broadway-actrice Frances Howard waar hij in 1925 mee trouwde. Nadat hun zoon en onafhankelijk producent in spé Samuel Goldwyn Jr. werd grootgebracht was zij nauw betrokken in alle fases van het productieproces van Goldwyns toekomstige films. Ook kleinzoon Tony Goldwyn kwam als acteur terecht in de filmwereld en was te zien in zowel langspeelfilms, toneelstukken als op televisie.

Het was uiteindelijk deze formule die werkte. Zijn films zorgden in een aantal gevallen voor een doorbraak van wie er in mee speelde. Gary Cooper, Danny Kaye, Ronald Colman, Teresa Wright, Will Rogers, Susan Hayward, Merle Oberon, stuk voor stuk startten ze hun carrière als acteur/actrice onder de vleugels van Samuel Goldwyn.

Maar Goldwyn trok ook de beste scenaristen van die tijd aan : Robert Sherwood, Ben Hecht, Lillian Hellman, Sidney Kingsley. En er was ook een nauwe samenwerking met regisseur William Wyler. In 1946, het jaar waarin ze beiden werden onderscheiden voor The Best Years of Our Lives kreeg Goldwyn de Irving G. Thalberg Memorial Award.

Vanaf deze periode stond de vermelding Samuel Goldwyn presents garant voor topkwaliteit en werd het een begrip voor miljoenen filmliefhebbers.

En het waren niet alleen acteurs die hij lanceerde in hun carrière, ook cameraman Gregg Toland die wat experimenteerde met diepte-fotografie kreeg van hem het vertrouwen wat voor een boost van zijn carrière zorgde.

Ondanks het feit dat hij extra partners meed om conflicten te voorkomen kreeg Goldwyn het toch aan de stok met United Artists die vanaf 1927 instond voor de verdeling van zijn films. Hij probeerde meermaals Charles Chaplin en Mary Pickford uit te kopen wat door U.A. niet werd geapprecieerd en ervoor zorgde dat in 1941 de samenwerking werd stopgezet. Vanaf dan liet hij zijn films verdelen door RKO.

Hij heeft altijd geweigerd om films te maken die niet onder de noemer familiefilms vielen. Musicals als Guys and Dolls en Porgy and Bess vormden voor hem geen uitzondering op die regel.

Goldwyn zei de dingen niet altijd zoals hij ze bedoelde, wat voor een stuk te maken had met het feit dat het Engels/Amerikaanse eigenlijk niet zijn moedertaal was en hij wat hij wou zeggen verwarde met een ander woord of uitdrukking. Include me Out en Anyone seeing a psychiatrist should have his head examined waren er slechts twee van. Na enkele van die uitspraken werden ze in Hollywood prompt Goldwynismes genoemd.

Over Samuel Goldwyn zijn meerdere boeken geschreven : The Great Goldwyn van Alva Johnston (1937), Samuel Goldwyn Presents van Alvin H. Marill (1976) en Goldwyn van Arthur Marx (1976).

Oscars ® 1932 Genomineerd Beste geluidsopname