We Need to Talk About Kevin

Zeer goed
We Need to Talk About Kevin
20/10/2011
2011
langspeelfilm
106 minuten
Drama

Verdeler

Imagine Film Distribution

acteur/actrice (3)

Tilda Swinton →  Eva
John C. Reilly →  Franklin
Ezra Miller →  Kevin

regisseur (1)

Lynne Ramsay

producent (3)

Luc Roeg
Jennifer Fox
Bob Salerno
We Need to Talk About Kevin

Die Kevin toch. Niet alleen pest hij vanaf het doorknippen van de navelstreng het bloed onder de nagels van zijn moeder vandaan, hij groeit ook nog eens op tot een sociopathische etter die zelfs de Damien Thorns van deze (en andere) werelden een stinkend poepje laat ruiken. Erwtensoep spuwen doet hij niet, maar drie dagen voor zijn zestiende verjaardag doet hij wel een andere bom ontploffen als hij op zijn school een bloedbad aanricht met pijl en boog.

“We Need To Talk About Kevin” is volgens de wetmatigheden van het genre geen horrorprent en eigenlijk ook geen maatschappijkritisch drama. Het is in de eerste plaats een huiselijke tragedie, verpakt als een moeilijk in een vakje te plaatsen niet-lineair vertelde verzameling beeldenesthetiek waarin vooral de relatie van Kevin (Ezra Miller) met zijn moeder Eva (Tilda Swinton) centraal staat. Een relatie waarin een gebrek aan of verkeerd begrepen moederliefde en een welhaast niet te breken psychologische buffer van een kind misschien wel of niet mee aan de basis lagen van de moorddadige waanzin van het hoofdpersonage. Maar waarin ook Eva’s pogingen om haar leven verder te zetten na de arrestatie van haar zoon op het voorplan staan.

We Need to Talk About Kevin

De vraag die je je kan stellen is of Eva eigenlijk wel voorbestemd was om moeder te worden. Ze trouwde met Franklin (John C. Reilly) in een dronken vakantieroes en voor ze het goed en wel besefte, was ze zwanger. Van meet af aan wist ze niet goed wat ze met haar zoon aan moest, en Kevin had van in het begin schijnbaar een hekel aan zijn moeder, terwijl hij zijn vader lieflijk om zijn vinger wond. De situatie die er was als kind bleef hetzelfde tijdens het opgroeien: Kevin leefde elke dag op voet van oorlog met zijn moeder. Waarom hij uiteindelijk beslist om zijn medeleerlingen af te slachten wordt nooit echt duidelijk: een soort grootheidswaanzin, het ultieme plan om zijn moeder te treffen, een waanidee van een psychopaat … alles lijkt een mogelijkheid.

De echte reden wordt nooit genoemd, maar dat is zeker geen minpunt. Pertinenter is de vraag of je als ouder verantwoordelijk kan worden gesteld voor de daden van je kind. Een vraag die niet impliciet wordt gesteld, maar die zich wel als een rode draad doorheen de film slingert. Ook hier volgt geen pasklaar antwoord: de Schotse cineaste Lynne Ramsay (“Ratcatcher”, “Morvern Callar”) laat de relatie tussen Kevin en zijn ouders (en de relatie van zijn ouders onderling) voor zich spreken en is in de eerste plaats vooral geïnteresseerd in het visuele aspect van haar verhaal. Ze verpakt “We Need To Talk About Kevin” als een door elkaar gemixte maalstroom van geluiden, observaties, beelden en kleuren die samenvloeien in een boeiende brok filmpoëzie waarin het verleden en het heden door elkaar vloeien. En dat op een manier waarmee ze ook het grote publiek kan bereiken. Iets wat met haar vorige twee arthousefilms zeker niet het geval was.

We Need to Talk About Kevin

Of hoe de onverfilmbaar geachte brievenroman van Lionel Shriver uit 2003 zich bij nader inzien uitstekend leent voor het witte doek. Een deel van de kracht komt door een alweer uitstekende Tilda Swinton die diep gaat als getergde/misbegrepen moeder (tegen wil en dank). Ezra Miller (de zoon van Andy Garcia in “City Island”) is, net als de jongere acteurs die Kevin vertolken trouwens, bij tijd en wijlen ijzingwekkend als de tikkende tijdbom des huizes.

Wie iets heeft tegen kolkende cinema (of Tilda Swinton) zal waarschijnlijk geen fan worden van “We Need To Talk About Kevin”, wie houdt van een desoriënterende Halloweentrip op de tonen van Buddy Holly’s “Everyday” heeft daarentegen geen reden om niet in deze rollercoaster te springen. En krijgt er zowaar gratis en voor niks Whams “Last Christmas”-oorworm bij. In wat met gemak de grappigste scène uit de film is (ook al eindigt die uiteindelijk ook met een emotionele uppercut).
 

Gezien op het 38e Filmfestival van Gent.

 

Alex De Rouck