Frits & Freddy

Middelmatig
Frits & Freddy
15/12/2010
2010
langspeelfilm
90 minuten
komedie

verdeler

Independent Films Independent Films

acteur/actrice (6)

Peter Van Den Begin →  Frits
Tom Van Dyck →  Freddy
Wim Opbrouck →  Carlo Mus
Tania Kloek →  Gina
Lucas Van den Eynde
Erika Van Thielen

regisseur (1)

Guy Goossens
Frits & Freddy

Van de vele miljoenen kijkbuisvolwassenen die een paar jaar terug hondstrouw op vtm afstemden voor 'Matroesjka’s', zal het merendeel dat vooral gedaan hebben voor de blote borsten. En de sappige accenten die elke aflevering kleurden. En waarom ook niet: het koeterwaalengels van Peter Van den Begin en Luc Wyns mocht gehoord worden. Van de misschien honderdduizenden wittedoekkijkers die naar “Frits & Freddy” zullen trekken, het nieuwe werkstuk van scenarist Marc Punt en regisseur Guy Goossens, zal het gros waarschijnlijk ook nu weer gecharmeerd zijn door de stevig in de verf gezette klankkleuren van de cast. Tot spijt van wie het benijdt zijn de blote borsten hier in geen velden en wegen te bespeuren.

En het scenario dan, vraag je je misschien af ?  Is dat geen reden om eens goed(gemutst) voor deze film te gaan zitten ?  Wel, Punt (die liefhebbers van Vlaamse films vast nog kennen van “She Good Fighter” en “Dief!”, zijn twee werkstukken uit de jaren negentig) doet zijn uiterste best om een klucht af te leveren die het midden houdt tussen een lawaaierige Franse deurenkomedie en een droge misdaadprent die een onafhankelijke Amerikaanse cineast met een boon voor de ‘dead pan’-aanpak van de broers Coen zou willen draaien. Maar helemaal geslaagd is zijn missie niet. “Frits & Freddy” blijft immers niet boven water omdat de film bevolkt is met leuke typetjes, maar omdat Punt en Goossens acteurs wisten te strikken die de typetjes leuk invullen. Zelfs als ze dingen doen of zeggen die niet per se grappig zijn, krullen de mondhoeken meestal in de goede richting door het enthousiasme waarmee vooral Peter Van den Begin en Tom Van Dyck zich op hun rol storten.

Frits & Freddy

Van den Begin en Van Dyck zijn bij vlagen hilarisch als de broers Frits en Freddy Frateur. Ze wonen samen in een houten barak ergens op de ‘Kempsense savanne’ en komen aan de kost als deur-aan-deurbijbelverkopers. Een business die niet zo lucratief meer is, en dat vreet vooral aan de impulsieve Freddy. Frits mag zijn broer dan wel omschrijven als een gevaarlijke zot, toch laat hij zich op sleeptouw nemen als Freddy besluit om hun bijbelleuren te gebruiken als trekhaak voor een overval. Ze trekken naar een sjieke villawijk en verplichten een van de inwoners onder bedreiging van een revolver om hen binnen te laten.

Helaas voor de onfortuinlijke broers Frateur hebben ze het verkeerde slachtoffer uitgekozen. De villabewoner Carlo Mus (met niet-ondertitelde West-Vlaamse aplomb vertolkt door Wim Opbrouck) is immers een zwartgeldwisselaar, en die neemt het niet dat zijn eigendom bezoedeld is door de twee broers. Daar het niet al te moeilijk was voor Carlo en zijn trawanten om Frits en Freddy op te sporen (Frits liet zijn boekentas, netjes voorzien van adres, achter op de plaats van de misdaad) zoekt hij het duo thuis op en laat prompt hun auto in de lucht vliegen. Waarop Frits en Freddy in het tegenoffensief trekken en Carlo’s vrouw Gina (Tania Kloek) ontvoeren en haar pas willen vrijlaten in ruil voor honderdduizend euro. Of tweehonderdduizend, op aanraden van Gina zelf. Kwestie dat ze zelf ook honderdduizend euro overhoudt.

Maar dat plan loopt niet zoals verwacht. Teneinde Carlo te slim af te zijn, wil het duo zich schuilhouden in de ouderlijke caravan in La Roche. Een verhuis die de zaken enkel maar bemoeilijkt, zeker als ook een agent (Lucas Van den Eynde) en een liftster (Erika Van Thielen) door Frits en Freddy gegijzeld worden …

Frits & Freddy

Het enthousiasme van Van den Begin en Van Dijck (en de rest van de cast) is in eerste instantie goed nieuws voor het lachebekkende publiek, maar de kruik blijkt maar zolang te water te gaan tot ze breekt. Om een geslaagde film af te leveren is immers meer nodig dan een zich zichtbaar amuserende cast. En hier wringt het schoentje: Punt en Goossens hebben het vaak moeilijk om de broodnodige schwung in het geheel te krijgen en melken sommige grappen (is die revolver nu wel of niet geladen) en situaties (twee ontmoetingen met de Waalse politieagent) nodeloos uit. Bovendien slagen ze er zelfs niet in om alle verhaaldraden tot een bevredigende climax te knopen. Zo lijkt het wat gek om wel nog even te verhalen wat er met het personage van Erika Van Thielen gebeurt, maar niets meer over Carlo te melden.
‘Close but no cigar’ heet zoiets in het Engels. Volgende keer nog iets meer boem patat graag in het schoon Vlaams.

Alex De Rouck